![]() |
|
|
Nasopharynx
Nasofarynx
NasofarynxBij aanhoudende tubaire catarre/ doofheid bij volwassenen is inspectie van de nasofarynx geïndiceerd. Epidemiologie Het nasofarynxcarcinoom is epidemiologisch en etiologisch gezien een zeer interessante tumor. In West-Europa en de Verenigde Staten is het een zeldzame afwijking; de morbiditeitsfrequentie ten opzichte van het totale aantal maligne tumoren bedraagt hier minder dan 0,5%. Dit gezwel komt vaker voor in de landen rond de Middellandse Zee. In Zuidoost-Azië, vooral bij de Chinese bevolking, is de frequentie binnen het totale aantal maligniteiten veelal meer dan 10%, en in het district Kwantung in Zuid-China zelfs meer dan 50%. Ook in Chinese bevolkingsgroepen in Noord-Amerika en Australië is de frequentie hoog. Er bestaat dus een rasgebonden gevoeligheid voor deze ziekte. Opvallend is tevens dat er in Zuidoost-Azië plaatselijk grote verschillen in frequentie voorkomen. Analyse van de levensomstandigheden naar exogene factoren die bij het ontstaan een rol zouden kunnen spelen, heeft tot nu toe echter geen definitieve resultaten opgeleverd. Wel zijn er duidelijke aanwijzingen voor een virale etiologie: de aanwezigheid van Epstein-Barr-virus (EBV) in de epitheliale tumorcel van het nasofarynxcarcinoom, de correlatie tussen de ebv-serologie en het klinische verloop van deze tumor, en de prognostische betekenis van de serologie, pleiten sterk voor de oncogeniciteit van ebv bij deze tumor. Het nasofarynxcarcinoom komt twee- tot driemaal meer bij mannen dan bij vrouwen voor. Hoewel de frequentietop tussen het veertigste en zestigste jaar ligt, is het voorkomen bij jongere mensen niet ongewoon. Histopathologisch gaat het hier in het algemeen om (ongedifferentieerde) carcinomen. Symptomatologie De symptomatologie wordt bepaald door de anatomische verhoudingen van de nasopharynx ten opzichte van de neus, de buizen van Eustachius en de schedelbasis en de aanwezigheid van een uitgebreid submuceus netwerk van lymfevaten. De ziekte kan zich manifesteren door bloedverlies uit de neus, neusverstopping, bloederig slijm achter in de keel, hardnekkige tubaire catarre, hersenzenuwuitval (vooral van de nervi V, VI en X) of een zwelling in de hals. Circa 25% van de patiënten heeft bij binnenkomst intracraniale doorgroei of röntgenologische destructie van de schedelbasis en bijna 70% heeft halskliermetastasen; metastasen op afstand worden in niet meer dan 5% van de gevallen aangetoond. Vooral wanneer de hierboven genoemde symptomen zich voordoen bij personen van Chinese of Indonesische afkomst moet men op zijn hoede zijn! Diagnostiek en stadiëring Bij het onderzoek zijn van belang: inspectie van de nasofarynx, palpatie van de hals, hersenzenuwonderzoek en röntgenonderzoek (CT/MRI) van de schedelbasis. Met behulp van spiegel of optiek kan meestal een goed overzicht van de nasofarynx worden verkregen. Voor de stadiëring van de primaire tumor en de halslymfeklieren wordt verwezen naar de TNM-classificatie van de UICC (2000). Bij patienten met halsklierzwellingen, zoals dit kan voorkomen bij het nasofarynxcarcinoom maar ook bij andere hoofd-halstumoren, dient altijd een cytologische punctie (dunne naald biopsie) van de zwelling plaats te vinden en een zorgvuldig onderzoek van de slijmvliezen van het hoofd-hals gebied om de eventuele primaire tumor op te sporen (deze afspraak is gemaakt met alle specialisten die zich bezig houden met klieren in de hals: algemeen chirurgen, dermatologen, internisten en KNO-artsen). Wordt bij punctie carcinoom gevonden dan kan aansluitend onderzoek van het hoofd-hals gebied in narcose worden verricht. Worden bij de punctiecytologie aanwijzingen voor een maligne lymfoom (Hodgkin, non-Hodgkin) gevonden, dan is het gerechtvaardigd de lymfeklier voor nadere histologische typering te verwijderen. Dit is ook geïndiceerd als de punctiecytologie, ook bij herhaling, geen (zekere) diagnose oplevert, terwijl de zwelling klinisch verdacht is. Behandeling en prognose De behandeling van zowel de primaire tumor als de halskliermetastasen bestaat uit bestraling eventueel bij de hogere tumorstadia gecombineerd met chemotherapie. Ook wanneer geen suspecte halsklieren worden gevoeld, is het gebruikelijk beide zijden van de hals in het bestralingsveld op te nemen in verband met de grote kans op occulte halskliermetastasen. Het betreft hier in het algemeen stralengevoelige tumoren. De prognose is afhankelijk van het tumorstadium en het type carcinoom Follow-upDe follow-up is gericht op de detectie van tumormanifestaties op lokaal-regionaal niveau of op afstand. Alleen recidieven in de hals zijn een enkele keer alsnog curatief behandelbaar met chirurgie. De problematiek van tweede primaire tumoren speelt bij nasofarynxcarcinoom niet. Dit hangt samen met de geheel verschillende etiologie ten opzichte van die van carcinomen van mondholte, larynx, oro- en hypofarynx. |
| contact |