Paramedische werkgroep 2017-10-04T10:52:43+00:00

Paramedische Werkgroep

Binnen de hoofd-halsoncologie bestaan monodisciplinair werkende werkgroepen. In 2003 is het landelijk platform van paramedici opgericht: de Paramedische Werkgroep Hoofd-Halstumoren (PWHHT).

PARAMEDISCHE WERKGROEP

Het doel van de Paramedische Werkgroep is het coördineren en stimuleren van de paramedische hoofd-hals oncologische zorg in de breedste zin van het woord. Tevens tracht de PWHHT aan te sluiten bij de algemene doelstellingen van de Nederlandse Werkgroep Hoofd- Halstumoren.

Over de Werkgroep

Door nieuwe chirurgische reconstructieve technieken zijn grotere resecties mogelijk geworden. Vernieuwde intensieve radiotherapeutische en chemotherapeutische behandelingen hebben hun intrede gedaan. Door de complexiteit van deze behandelingen en de daarmee samengaande morbiditeit is de vraag naar paramedische ondersteuning voor patiënten met hoofd-halstumoren toegenomen. Veel van de beperkingen in functioneren bevinden zich binnen de verschillende aandachtsgebieden van de ondersteunende paramedische disciplines.

Binnen de hoofd-halsoncologie bestaan monodisciplinair werkende werkgroepen. In 2003 is het landelijk platform van paramedici opgericht: de Paramedische Werkgroep Hoofd-Halstumoren (PWHHT).

Contactadres

Voorzitter PWHHT
Marianne Arts, UMC St Radboud, Poli KNO 383
Postbus 9101
6500 HB Nijmegen
e-mail: pwhht.nl@gmail.com

Disciplines

De werkgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van zeven verschillende paramedische disciplines die betrokken zijn bij de zorg aan patiënten met een tumor in het hoofd halsgebied. Deze vertegenwoordigers zijn afgevaardigden uit landelijke werkgroepen. De deelnemende disciplines zijn:

Er wordt naar gestreefd om vanuit elke discipline maximaal twee leden zitting te laten nemen in de PWHHT, daarbij wordt getracht dat alle centra voor Hoofd Hals Oncologie zijn vertegenwoordigd.

Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie (LWDO)

Binnen de diëtetiek is tegenwoordig een belangrijke rol weggelegd voor de screening van de voedingstoestand van de patiënt. De voedingstoestand is voor de behandeling bij 30-50 % van de patiënten verslechterd. Een slechte voedingstoestand heeft een negatieve invloed heeft op het ziektebeloop en het resultaat van de behandeling. Tijdens de behandeling wordt gestreefd naar het opheffen van de verminderde voedingstoestand. Na de behandeling wordt gestreefd naar verbetering van de voedingstoestand. Terwijl mucositis doorgaans in de zesde week na het einde van de bestralingsbehandeling verdwijnt (in het geval van chemoradiatie meestal na zes maanden) kunnen klachten als xerostomie en smaakveranderingen een jaar na de behandeling aanwezig zijn. Xerostomie zelfs irreversibel.

Een jaar na de radiotherapie kan ongeveer 20% van de patiënten alleen zacht voedsel gebruiken als gevolg van de permanente kauw- en/of slikstoornissen. Dit percentage ligt bij patiënten die chemoradiatie hebben ondergaan veel hoger, meer dan 80%. Binnen deze patiëntengroep is als gevolg van de noodzakelijke aanpassing van de voedselconsistentie een groot aantal niet in staat het lichaamsgewicht op peil te houden en langdurige begeleiding van de dietist en aanvullende voedingsmaatregelen cq bijvoeding zijn vaak noodzakelijk, ook sliktherapie door een logopedist kan een essentiële bijdrage aan het verbeteren van de voedingstoestand betekenen.

Website Nederlandse vereniging van diëtisten: www.nvdietist.nl

Nederlandse Fysiotherapie Halsklierdissectie Studiegroep (NFHSG)

Binnen de NFHSG zijn fysiotherapeuten verenigd die werkzaam zijn op een KNO afdeling, een afdeling mondheelkunde en/ of een afdeling kaakchirurgie van een aantal Nederlandse hoofd-hals centra. Deze studiegroep is gelieerd aan de Paramedische Werkgroep Hoofd-Hals Tumoren (PWHHT).

De NFHSG heeft zichzelf de volgende doelen gesteld:

  • Het bereiken van consensus ten aanzien van de beste behandeling van patiënten die een halsklierdissectie hebben ondergaan en hieruit volgend: het schrijven en onderhouden van een behandelrichtlijn op basis van ‘best-available evidence/ best practice’.

  • Het ontwikkelen van eenvoudige meetprotocollen om inzicht te krijgen in de klachten van patiënten die een halsklierdissectie hebben ondergaan.

  • Het verzamelen en produceren van wetenschappelijke literatuur verzamelen over de gevolgen van halsklierdissecties voor het bewegingsapparaat, het algemeen dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven van patiënten die een halsklierdissectie hebben ondergaan.

  • Het uitdragen van kennis op het gebied van de behandeling van klachten aan het bewegingsapparaat als gevolg van een halsklierdissectie.

Op de website van de NFHSG vindt u contactinformatie van de studiegroep leden, informatie over halsklierdissectie en de fysiotherapeutische zorg na halsklieridissectie. Ook vindt u er een overzicht van relevante wetenschappelijke publicaties, de richtlijn ‘schouderpijn na halsklierdissectie’ en een oefenfolder voor patiënten die een halsklierdissectie hebben ondergaan.

Logopedie

Een grote verandering in de logopedische behandeling is door de introductie van de ventiel-stemprothese bewerkstelligd. Tegenwoordig wordt deze prothese bij het grootste deel van de patiënten primair geplaatst. Reeds in de klinische fase leert de patiënt spreken, en vaak kan hij in korte tijd (een paar dagen) verstaanbaar spreken. Dit betekent veel minder intensieve therapiesessies voor de logopedist.

Toch is het niet zo dat de logopedist nu veel minder bemoeienis met de patiënten heeft want met de komst van de ventiel-stemprotheses zijn er ook allerlei hulpmiddelen bij gekomen. Dit betreft hulpmiddelen die de longen beschermen, het afsluiten van het tracheostoma (ten behoeve van het spreken) vergemakkelijken en die ‘hands-free’ spreken mogelijk maken (zoals de ‘Provox freehands’ en de Blom-Singer spreekklep) Deze zijn niet ‘standaard’ aan te passen.

De logopedist beoordeelt welk systeem voor een bepaalde patiënt geschikt is, past dit (op maat) aan en geeft de bijbehorende instructies. Dus een verschuiving van vooral veel spreekoefeningen naar meedenken in en aanpassen van hulpmiddelen. Overigens wordt er natuurlijk nog steeds geoefend met het spreken!

Website Nederlandse vereniging voor logopedie en foniatrie: www.nvlf.nl

Medisch Maatschappelijk Werk

De medisch-maatschappelijk werker, actief op de oncologische KNO-afdeling, houdt zich primair bezig met psychosociale oncologische hulpverlening aan patiënten en hun naasten. Op grond van psychosociale diagnostiek wordt een behandelplan gemaakt. Het aanbod kan variëren van crisisinterventie, voorlichting, bemiddeling, begeleiding, behandeling, consultatie tot verwijzing en overplaatsing.

De medisch maatschappelijk werker stemt de psychosociale hulpverlening af op de medische behandeling. Deze hulpverlening wordt uitgevoerd en gepland in samenwerking met het behandelteam.

Radiotherapeutisch laborant

Op de afdeling radiotherapie komt de Medisch Beeldvormings- en Bestralingsdeskundige (MBB-er) regelmatig in aanraking met patiënten met hoofdhals oncologie. De MBB-er is nauw betrokken bij de voorbereiding en uiteindelijke behandeling van de patiënt en ondersteunt de patiënt en hun relaties tijdens de gehele behandelingsserie. Ook geeft de MBB-er voorlichting en verifieert continue of behandelingsrichtlijnen door de patiënt worden nageleefd.

Naast het uitvoeren en voorbereiden van de behandeling is de MBB-er betrokken bij research met als doel het opheffen of verminderen van de oncologische aandoeningen door toediening van ioniserende straling en het verbeteren van behandeltechnieken.

Website Nederlandse Vereniging Medische Beeldvorming en Radiotherapie: www.nvmbr.nl

Verpleging

In de centra werken verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in de zorg voor patiënten met een oncologische aandoening in het hoofd-halsgebied. Zij plannen en coördineren de verschillende afspraken voor de patiënt. Indien nodig, wordt via de polikliniek hulp voor de thuissituatie geregeld. De verpleegkundigen begeleiden de patiënt en zijn naasten en geven adviezen over het omgaan met de gevolgen van de behandeling. Ook na de ziekenhuisopname kan men bij hen terecht met vragen over bijvoorbeeld bijwerkingen van behandelingen, informatie over hulpmiddelen of begeleiding. De verpleegkundigen verwijzen indien nodig naar andere disciplines.

Tijdens de opname is de eerstverantwoordelijk verpleegkundige van de verpleegafdeling het aanspreekpunt voor de patiënt. Deze verpleegkundige regelt de zorg die in de thuissituatie nodig is.

De Verpleegkundige Werkgroep Hoofd Hals Oncologie is een landelijke werkgroep die twee keer per jaar samenkomt om verpleegkundige ontwikkelingen binnen de hoofd-halsoncologie te bespreken en om kennis tussen de centra uit te wisselen. Elk centrum voor hoofd-halsoncologie wordt door één verpleegkundige vertegenwoordigd.

Website beroepsvereniging van zorgprofessionals Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland afdeling Oncologie (V&VN Oncologie): oncologie.venvn.nl

Mondhygienist

Met de tand- en mondheelkundige screening, die aan de tumorbehandeling voorafgaat worden tandheelkundige risicofactoren opgespoord. Voor het optimaal uitvoeren van deze screening dienen de oncologische centra te beschikken over een team, bestaande uit een kaakchirurg, een mondhygiënist(e) en een tandarts. De mondhygiënist(e) beoordeelt hierbij het parodontium, het niveau van mondhygiëne en de mondzorgmotivatie van de patiënt. Het behandelplan voor de mondzorg wordt samen met de kaakchirurg en tandarts opgesteld.

Tijdens de oncologische behandeling zijn behalve de controle van de slijmvliezen en de mondhygiëne, vaak ook aanvullende maatregelen noodzakelijk, zoals bijv. het reinigen van de mond (spoelen, sprayen) en het gebruik van fluoride. Na een bestralingsbehandeling is vooral de preventie van cariës en orale ontstekingen belangrijk. Hierbij zijn behalve een optimale mondhygiëne, vaak ook aanvullende mondhygiënische maatregelen vereist, zoals een vaak levenslang fluoride beleid.

Website Nederlandse vereniging van mondhygienisten: www.mondhygienisten.nl

Neem contact op

Indien u meer informatie wenst over de Nederlandse Werkgroup Hoofd-Hals Tumoren, dan kunt u via onderstaand formulier een bericht sturen aan ons secretariaat.